Je zult maar ouders gehad hebben, maar eigenlijk heb je ze nooit echt gehad.
Niet in je hart, niet in je leven, niet in je agenda, niet in je gedachten.
Omdat zij je niet geleerd hebben te Leven, maar te Overleven. OVERleven in een 'grote boze wereld' waarin je toch nooit iets zult worden. Bittere levenslessen. Met een levenslange nasmaak.
Je zult maar geen familie hebben gekend. Geen opa's, oma's, tantes, ooms, neven en nichten.
Geen gezellige avonden. Geen verjaardagsfeesten. Niet met familie en niet met vriendjes. Eenzaam en geïsoleerd opgroeien, in armoede en onder constante spanning.
En dan word je zelf vader. Je ziet je kinderen opgroeien en met de dag groeit het besef dat je eigenlijk heel erg veel gemist hebt. Omdat jij zelf ALLES voor je kind zou doen. Maar voor jou was er soms zelfs geen avondeten. In plaats van een bord warm eten stonden er flessen alcohol op die tafel. Altijd genoeg te drinken, dat wel. En terwijl je met overweldigende liefde en trots naar je eigen kinderen kijkt, snijden de herinneringen ineens dieper en dieper in je. Pijn die je niet wil voelen.. omdat het je verlamt. Omdat het al je zo zorgvuldig vastgehouden stukje veiligheid volledig wegspoelt. Omdat je dan weer net zo kwetsbaar en nietszeggend wordt als toen.. En die pijn maakt je machteloos, woedend omdat het zo tegenstrijdig is met wat jij vanbinnen voor je kinderen voelt.. Niet omdat je het niet begrijpt, want het was allemaal wel heel verklaarbaar gezien de omstandigheden. En ook helemaal niet de bedoeling. Maar het overkwám je toch. En nu achtervolgt het je nog steeds..
Word je nog steeds dat trouwe, brave jongetje dat zich gedeist houdt. Dat onzichtbaar probeert te zijn, om niemand tot last te zijn. Die elk slap excuus welwillend aanvaardt en het lachend wegwuift. Niets aan de hand. Ja en Amen. Niet wéér afgewezen willen worden, want nu je kinderen hebt worden zij er óók bij afgewezen. En ondanks dat je weet dat er geen nummertje meer voor je over was in de rij, blijf je lachen. Totdat de 'dreiging' weer voorbij is. En dan gaat het knagen, vreten, eerst ondergronds, daarna steeds meer naar de oppervlakte. Daar waar het opgepakt en opgeruimd zou moeten worden. Maar je kúnt het niet. Het maakt je machteloos, boos, onredelijk naar alles en iedereen om je heen. Vooral diegenen die het dichtste bij je staan.. dichterbij dan je ouders óóit zijn geweest. En dat maakt je verdriet alleen maar groter. Je draait in cirkeltjes om jezelf heen. Geen idee hoet het te stoppen, als 'ze' maar niet aan die grote gapende wond gaan zitten. Of alleen al wÃjzen. WEG blijven! En zo gaat het gevecht door, onzichtbaar voor de wereld. Maar niet voor de naasten. Terwijl je zoveel van ze houdt en ze echt nooit zou willen kwetsen. Net zoals zij jou ook nooit hebben willen kwetsen..
Zo is het cirkeltje weer rond. Maar het verschil met vroeger en nu, is dat het nu OVERleven is met (teveel?) verantwoordelijkheden. Verantwoordelijkheden die de innerlijke strijd constant op andere vlakken aanwakkeren. Je loopt nog steeds op je tenen. Je bent nog steeds boos op de verkeerde mensen. Je wil het niet zo, maar het kleine jongetje in jou wil nog steeds vluchten.
Maar nu zie je het, voel je het, dat de tijd is gekomen. Dat het genoeg is geweest. En vervolgens raak je ondergesneeuwd en wordt alles weer heel erg gebagatelliseerd, was het allemaal niet zo erg. IS het allemaal niet zo erg nu. Om weer in jezelf te keren. En een paar dagen later voorzichtig iets van je boosheid en teleurstelling los te laten. Ergens vond je de moed. En ineens verdween die ook weer in het 'ergens'.. Opnieuw machteloos, boos op jezelf. Niet mógen voelen, want je weet niet hoe groot de impact zal zijn van die vulkaanuitbarsting. Alleen maar dat het dénken eraan al zoveel pijn doet. En zo is het cirkeltje weer rond.. and another day..
Maar ik zeg nu: genoeg is genoeg. Voor ons ook.
CUT YOURSELF FREE.


